Een koninklijke weg voor herstelbeslissingen
Een jeugdige wordt voor diefstal en afpersing veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen, waarvan 67 voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaar. Een rechter gaat over tot oplegging van TBS met voorwaarden, maar heft de voorlopige hechtenis niet op. Een officier rekent op een beslissing op zijn ontnemingsvordering, maar ziet daarover niets terug in het vonnis. Door een griffier worden het parketnummer van de gevoegde zaak en de hoofdzaak omgedraaid.
Het zijn vier voorbeelden van situaties waarbij een fout in een uitspraak is geslopen die vraagt om verbetering, om een zogeheten herstelbeslissing. In het nieuwe Wetboek van Strafvordering wordt hiervoor een wettelijke regeling getroffen. Geen “core business” van het OM misschien, en ook na regeling ervan in het nieuwe wetboek blijft de verwachting dat het nemen van herstelbeslissingen in de praktijk niet vaak voorkomt. Maar het fijne zit in het kleine! Daarom wordt de wettelijke regeling hierna onder de loep genomen en wordt gekeken of zich erbinnen veranderingen voordoen en wat die eventuele veranderingen (kunnen) betekenen voor het OM.
Juridisch kader in het nieuwe Wetboek van Strafvordering
Binnen het strafrecht heeft eerst de Hoge Raad ruimte gecreëerd voor herstelbeslissingen. Aan de huidige stand van zaken in de jurisprudentie geeft de wettelijke regeling van herstelbeslissingen in het nieuwe Wetboek van Strafvordering een vervolg. Onderscheid wordt gemaakt in twee soorten herstelbeslissingen: die van het verbeteren van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent (art. 4.6.1 NSv) en die van het alsnog beslissen op een vergeten vordering van de benadeelde partij of een ontnemingsvordering (art. 4.6.2 NSv).
Herstelbeslissing bij een kennelijke fout
Het herstellen van een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent, vindt plaats door de rechtbank op vordering van de officier, op verzoek van de verdachte, ambtshalve of op verzoek van de benadeelde partij (indien de fout zit in de beslissing op de vordering benadeelde partij). Er zijn drie soorten kennelijke fouten die in de nieuwe wettekst worden genoemd. Allereerst is dat de kennelijke rekenfout. Dergelijke fouten komen met name voor in een beslissing tot het opleggen van een ontnemingsmaatregel, schadevergoedingsmaatregel of vordering van de benadeelde partij. Een voorbeeld is een zaak waarin de optelsom van posten in het voegingsformulier het bedrag dat in de bewezenverklaring wordt genoemd opleverde, maar waar de vordering van de benadeelde partij tot een hoger bedrag werd toegewezen. De tweede kennelijke fout is de kennelijke schrijffout. Een voorbeeld hierbij is een zaak waarin het hof kennelijk bij vergissing in het dictum met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel een bedrag heeft vermeld dat tien euro hoger is dan door de benadeelde partij is gevorderd. Als laatste categorie wordt genoemd een kennelijke fout die zich voor eenvoudig herstel leent. Nieuw ten opzichte van de huidige praktijk is dat de rechtbank verbetering van een kennelijke fout kan nalaten als met de verbetering geen redelijk belang is gediend. In het bijzonder valt hierbij te denken aan belangen in verband met de tenuitvoerlegging. De rechtbank gaat pas over tot verbetering na de officier en zo mogelijk de verdachte gelegenheid te hebben geboden zich erover uit te laten. Dat kan ook via email. Deze gelegenheid hoeft niet te worden geboden indien door het ontbreken daarvan de procespartij niet in haar belangen wordt geschaad. Deze nieuwe formulering maakt dat een bereikbare verdachte de gelegenheid krijgt om zich over een voorgenomen wijziging uit te laten, maar voorkomt complicaties bij een niet-bereikbare verdachte. Verdere veranderingen zijn dat de verbetering wordt uitgesproken op een openbare zitting. Waar op grond van de jurisprudentie de griffier belast is met het ter kennis brengen van het herstelvonnis, komt deze taak straks bij de officier te liggen, evenals een eventuele kennisgeving in begrijpelijke taal. Bij de verstrekking van deze categorie herstelvonnissen geldt dat uitreiken of toezenden volstaat. Een betekening is niet nodig. Tegen de verbetering van een vonnis staat geen rechtsmiddel open.
Herstelbeslissingen bij een vergeten vordering
De tweede variant van een herstelbeslissing is het alsnog beslissen op een vergeten vordering van de benadeelde partij of op een ontnemingsvordering. Dit vindt plaats door de rechtbank op verzoek van de benadeelde partij (bij een vergeten vordering benadeelde partij) of op vordering van de officier (bij een vergeten ontnemingsvordering). Bij deze herstelbeslissing vindt geen ‘redelijk belang-toets’ plaats door de rechtbank. De rechtbank kan de verbetering dus niet nalaten. De officier en zo mogelijk de verdachte worden in de gelegenheid gesteld zich over de vergeten vordering uit te laten. Hier geldt niet de nuance dat de gelegenheid niet hoeft te worden geboden indien door het ontbreken daarvan de procespartij niet in haar belangen wordt geschaad. De wettelijke termijn voor het indienen van een verzoek is twee weken na de uitspraak van het eindvonnis. De verdachte moet worden opgeroepen voor de zitting. Ook deze herstelbeslissing wordt namelijk uitgesproken op een openbare zitting. De officier brengt het vonnis ter kennis van de verdachte die niet bij de uitspraak aanwezig was. Het vonnis of de kennisgeving wordt in persoon betekend als geen sprake is van een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de dag waarop het vonnis wordt uitgesproken de verdachte bekend is.
Opkomende vragen en vervolgstappen
Het nader bekijken van de wettelijke regeling en de veranderingen daarvan ten opzichte van de huidige praktijk leidt tot de nodige vragen. Want welke aanpassingen moeten er doorgevoerd worden in het huidige proces als het gaat om kennelijke fouten? Het meest in het oog springend daarbij is het verstrekken van het eindvonnis, waarvan de verantwoordelijkheid straks bij het OM komt te liggen. En wat zijn de gevolgen voor het OM van de invoering van de wettelijke termijn van twee weken voor het indienen van een vordering tot het alsnog beslissen op een vergeten ontnemingsvordering? Wat is de rol van het OM bij herstelbeslissingen; bij welk soort fouten ligt er een verantwoordelijkheid tot het vorderen van herstel? Zijn de fouten daarbij te categoriseren zodat een enigszins vaste lijn kan worden aangehouden? En op welke punten moeten er straks (hernieuwde) afspraken worden gemaakt met ketenpartners zoals de rechtspraak en het CJIB? Met de enkele wettelijke vastlegging en aanscherping van een regeling voor herstelbeslissingen zijn we er nog niet. De koninklijke weg moet nog wat verder worden geplaveid. De hierboven uiteengezette regeling vraagt om de nodige in- en externe afstemming en een nadere uitkristallisering van het proces. De komende periode wordt dat in samenspraak met de praktijk verder opgepakt. Voor een beeld van hoe dat proces eruit ziet, geeft Jorinde in dit artikel in deze nieuwsbrief een indruk.