Het nieuwe Wetboek van Strafvordering
volgens Veerle van de Wetering
Eén nieuw Wetboek van Strafvordering, 6 wetten, 9 boeken, 1300 wetsartikelen, 4300 bepalingen en meer dan 3000 tot nu toe vastgestelde unieke wijzigingen. Het nieuwe Wetboek van Strafvordering verandert het werk van het OM, zowel juridisch, procesmatig (werkpraktijk), beleidsmatig en IV-technisch, alsook voor opleidingen, implementatie, uitvoering en op samenwerkingsvlakken met ketenpartners. Hoe op die aanstaande veranderingen te anticiperen en ons voor te bereiden, begint bij een grondige juridische analyse van de wettekst. Samen met mijn programmateam-collega’s Pieter Liefrink en Diana Vissenberg-Heeren ontwikkel ik per OM-proces juridische analyses die de eerste schakel vormen bij de impactbepaling van het nieuwe wetboek. Aan de hand van een aantal wijzigingen uit de recent afgeronde juridische analyse van buitengerechtelijke afdoening, neem ik jullie mee met dit proces.
Eerste aanvullingswet
In maart 2026 werd de wettekst van de eerste aanvullingswet ingediend bij de Tweede Kamer. In die aanvullingswet werden de eerder in de vaststellingswetten ontworpen regelingen van buitengerechtelijke afdoeningsmodaliteiten verder aangescherpt en uitgebreid, mede naar aanleiding van het inhoudelijk commentaar van het OM. Omdat bij uitstek deze regeling nog aan verandering onderhevig was, is met de juridische analyse ervan gewacht tot dit moment. Inmiddels zijn de wetsartikelen bestudeerd en zijn de wijzigingen in de juridische analyse vastgelegd.
Introductie van de voorwaardelijke strafbeschikking
Een van de wijzigingen in de regeling van buitengerechtelijke afdoening is de introductie van de voorwaardelijke strafbeschikking als afdoeningsvariant. Onder het nieuwe wetboek wordt het mogelijk om voorwaardelijk te straffen bij een in een strafbeschikking opgelegde geldboete, taakstraf of ontzegging van de rijbevoegdheid. Onder voorwaarden zullen deze straffen dan (geheel of gedeeltelijk) niet ten uitvoer worden gelegd. Er wordt daarbij een proeftijd opgelegd van ten hoogste een jaar, waarbij de algemene voorwaarde geldt dat de verdachte zich voor het einde van die proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit. Daarnaast kunnen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. De mogelijkheid om bijzondere voorwaarden op te leggen, vervangt tot op zekere hoogte de huidige mogelijkheid van het geven van aanwijzingen bij oplegging van een OMSB. In het belang van de rechtszekerheid en met het oog op de werkbaarheid in de praktijk, zijn deze voorwaarden limitatief in de wet opgesomd. Geen creatieve uitspattingen meer dus. Tot zover de hoofdlijnen van de voorwaardelijke strafbeschikking. Maar toch ook nog even de diepte in, dat is nu eenmaal mijn werk. Ik gebruik bij de vergelijking van aanwijzingen met voorwaarden de nuance ‘tot op zekere hoogte’, omdat niet iedere aanwijzing in de hoedanigheid van een voorwaarde een-op-een terugkomt. Zo is de huidige aanwijzing van voordeelsontneming (zeer tegen de zin van het OM) geschrapt. Die van verbeurdverklaring is straks opgenomen als mogelijk op te leggen sanctie bij de OMSB en daarom dus anders ingekleed. De huidige, meer overkoepelende mogelijkheid om gedragsaanwijzingen op te leggen wordt in het nieuwe wetboek nader uitgesplitst. Op verzoek van het OM is de ‘naleving van aanwijzingen gericht op compliancebeleid’ opgenomen als mogelijk op te leggen voorwaarde. Ook vindt een systematische wijziging plaats. Nu kunnen aanwijzingen bij een (onvoorwaardelijke) OMSB worden opgelegd, terwijl de voorwaarden straks alleen bij een (deels) voorwaardelijke straf of maatregel kunnen worden opgelegd. En dan veranderen er ook nog wat details in (de betekenis van) de terminologie. Als voorbeeld valt te noemen ‘zorgaanbieder’ in plaats van ‘deskundige of zorginstelling’, en ‘middelen als bedoeld in lijst I, IA of lijst II van de Opiumwet’ in plaats van ‘verdovende middelen’. Ik ben nog lang niet volledig in het opsommen van alle veranderingen tussen de huidige aanwijzingen en aanstaande voorwaarden. Des te meer illustreert het de omvangrijkheid van de opgave. Het gaat hier immers maar over één wijziging in een van die 1300 wetsartikelen.

De omzettingsprocedure
Met de introductie van de voorwaardelijke strafbeschikking is de wetgever onvermijdelijk ook aan zet geweest voor een wettelijke omzettingsprocedure. Want wat als de veroordeelde een of meerdere voorwaarden overtreedt? Of als de tenuitvoerlegging van een onvoorwaardelijke straf niet of niet volledig heeft kunnen plaatsvinden? In die twee gevallen kan een beroep worden gedaan op de in Boek 7 ontworpen omzettingsprocedure. Drie wetsartikelen regelen achtereenvolgens omzetting door de officier van justitie zelf, omzetting na overtreding van de algemene voorwaarde en omzetting op vordering van de officier van justitie door de rechtbank. De officier van justitie zal de gang naar de rechtbank maken als hij van oordeel is dat er vervangende hechtenis of een andere vrijheidsstraf moet worden opgelegd.
Hoe nu verder…?
Het bovenstaande is een kleine greep uit de wijzigingen die uit de juridische analyse van buitengerechtelijke afdoening naar voren zijn gekomen, en vormt zoals gezegd de eerste schakel bij de impactbepaling voor het OM. Na het afronden van de juridische analyse volgt een impactanalyse van de diverse expertisegebieden (juridisch, OM-beleid, proces, informatievoorziening, uitvoeringsconsequenties, keten, opleidingen en implementatie). Voor geselecteerde onderwerpen die impactvol zijn, waaronder de voorwaardelijke strafbeschikking en de omzettingsprocedure, volgt een integrale impactanalyse. Per onderwerp wordt door experts uit de organisatie in samenhang - én met betrokkenen uit de praktijk – de impact bepaald en aangegeven waar onderlinge afhankelijkheden zijn. Daarna gaat de proceskring verder aan de slag: de proceskring stelt een gewijzigd OM-proces op, dat wordt getoetst aan juridische en beleidsmatige eisen en ketenafspraken. Ook worden de wijzigingen voor IV, opleiding, ketenprocessen en lokale implementatie bepaald. De laatste hobbel die genomen wordt in de voorbereiding ligt bij implementatie. In dat proces neemt mijn collega Anouk Plitscher jullie in deze nieuwsbrief mee. Als juridisch analist ben ik met name aan het begin van het proces betrokken. Waar het zwaartepunt van verantwoordelijkheid in het begin met name bij het programmateam ligt, verplaatst dat op een gegeven moment meer naar de proceskring en de parketten. Ik vind het heel leuk om – juist ook in gezamenlijkheid met het programmateam en de werkpraktijk – te werken aan deze opgave. Met name de uitzonderlijkheid van het proces en het belang van een vloeiende implementatie en overgang intrigeert mij. De verbindende positie van het OM in de strafrechtsketen maakt dat belang extra voelbaar. Op naar de inwerkingtreding!
Meer weten? Wil je meer weten over de wijzigingen die het nieuwe wetboek brengt voor buitengerechtelijke afdoening? Dan vind je hier de powerpointpresentatie met de wijzigingen op hoofdlijnen, en hier de uitgebreide juridische analyse.